De barbaarse bonthandel

Meer dan 85 procent van het bont dat vandaag de dag verkocht word, komt van dit soort fokkerijen waar nertsen, vossen en andere dieren hun hele leven opgesloten zitten voordat ze gedood worden voor hun huid. Leven onder deze omstandigheden – ver verwijderd van hun natuurlijke omgeving en zonder mogelijkheid om te spelen, jagen, springen of rennen – zorgt er vaak voor dat deze nieuwsgierige, intelligente wilde dieren gedurende hun korte levens tot krankzinnigheid worden gedreven. Vechten, zelfverminking en kannibalisme zijn een normale gang van zaken op bontfokkerijen.

Talrijke onderzoeken naar bontfokkerijen in verschillende bont producerende landen hebben wreedheden vastgelegd, waaronder dieren met oogontstekingen, zweren op hun voeten van de smerige draadgazen kooien, ontbrekende ledematen en etterende, onbehandelde open wonden (sommige zo diep dat hun hersenen zichtbaar zijn); baby’s gehouden in dezelfde kooi als het wegrottende karkas van hun moeders en dieren die neurotisch gedrag vertonen door psychologisch leed.

De methoden die worden gebruikt om dieren te doden op bontfokkerijen, behelzen vaginale of anale elektrocutie, vergassing en vergiftiging. Ze zijn allemaal even afschuwelijk, pijnlijk en angstaanjagend voor de dieren.

De Nederlandse overheid heeft besloten om te beginnen met de geleidelijke afschaffing van nertsenfokkerijen en wil het voor 2024 illegaal maken in Nederland. Maar het vindt nog steeds plaats in Europa en de rest van de wereld, en brengt immens veel leed aan dieren toe.

Het uitzetten van wildvallen en doodknuppelen

Ieder jaar doden pelsjagers met wildvallen wereldwijd miljoenen wasberen, jakhalzen, wolven, rode lynxen, opossums, beverratten, bevers, otters en andere pelsdieren voor de kledingindustrie.

Dieren die in het wild worden gevangen met een wildval kunnen soms dagenlang lijden door bloedverlies, shock, uitdroging, onderkoeling, koudvuur en verwondingen veroorzaakt door aanvallen van roofdieren. Gevangen moederdieren bijten soms hun eigen ledematen af in een wanhopige poging om terug te kunnen keren naar hun baby’s.

Pelsjagers kunnen gebruik maken van wildklemmen waarvan de stalen beugels zich vastklemmen rondom het been van het dier en vaak tot op het bot door snijden: ‘Conibear’ vallen die hun nek verbrijzelen met 40 kilo druk per vierkante centimeter, of met in het water verborgen vallen die bevers, muskusratten en andere dieren langer dan negen kwellende minuten laten strijden voordat ze verdrinken. Wildklemmen zijn zo inhumaan, dat ze illegaal zijn in de Europese Unie – maar dieren die gevangen zijn in deze venijnige apparaten, kunnen nog steeds in Nederland worden geïmporteerd en verkocht.

Er zijn beelden van pelsjagers die dieren doodslaan of doodtrappen – dodingsmethoden die immens veel leed bij de dieren veroorzaken, maar worden gebruikt omdat het de pels van de dieren het minst beschadigen.

Tijdens de jaarlijkse Canadese zeehondenslachting schieten zeehondenjagers tienduizenden babyzadelrobben neer of knuppelen hen herhaaldelijk – met knuppels met scherpe metalen haken op de uiteindes – zodat ze de zachte pels van de dieren kunnen verkopen.

“Ik vergeet nooit de verbijsterende blik op het gezicht van de gevangen wasbeer, als hij met een stok op het hoofd wordt geslagen en door de laars van de jager onder water wordt gehouden, later boven water te komen om naar adem snakkend en het uiteinde van de stok vast te grijpen met zijn kleine pootje alsof hij om genade smeekt.”

– Will Travers van Born Free USA, na het zien van videobeelden uit de industrie

Wiens huid draagt u?

Als u bont koopt, is er geen makkelijke manier om te weten te komen wiens huid u daadwerkelijk draagt.

In China, waar geen wettelijke straffen bestaan voor het mishandelen van dieren op fokkerijen, vallen onder de slachtoffers van de bontindustrie ook honden en katten, van wie sommigen gestolen gezelschapsdieren kunnen zijn. Schokkende beelden van Chinese bontfokkerijen onthullen de manier waarop dieren die worden gebruikt voor bont op pijnlijke en angstaanjagende wijze worden gedood, met werknemers die wasbeerhonden neerknuppelen, de hoofden van konijnen afsnijden en de huid van levende dieren aftrekken terwijl ze nog bij bewustzijn zijn en kronkelen van de pijn.

Het opzettelijk gebruik van onjuiste etikettering en een gebrek aan verantwoording in de internationale toeleveringsketens zorgen ervoor dat het vrijwel onmogelijk is om de oorsprong van een bontproduct te achterhalen – soms wordt echt bont zelfs gelabeld als namaakbont.

Milieuschade

Er is niets ‘natuurlijks’ aan het dragen van bont en in elk stadium van de productie tast het de aarde aan. Dode lichamen rotten normaalgesproken weg, dus gebruiken bontproducenten een cocktail van zware chemicaliën zoals formaldehyde en chroom om verrotting te voorkomen. Dat klinkt niet bepaald luxueus of wel?

De Wereldbank heeft de bontindustrie zelfs gekenmerkt als een van de slechtste industrieën in de wereld voor vervuiling door giftige metalen. De gevaarlijke stoffen die gebruikt worden om bont te behandelen, kunnen verwoestende schade aan watervoorraden veroorzaken en ze vormen ook ernstige gezondheidsrisico’s voor werknemers in bont verwerkende bedrijven, variërend van huidkwalen tot kanker.

Net als alle andere varianten van de vee-industrie, richten bontfokkerijen zich op het maken van maximale winst van de dieren die ze gebruiken, met weinig bekommering om hun welzijn of de impact op het milieu. Nertsenfokkerijen produceren bijvoorbeeld tonnen aan fosforhoudende uitwerpselen die in nabijgelegen beken en rivieren kunnen stromen, en genereren een schadelijke uitstoot van stikstofoxide en ammoniak.

Uit een onafhankelijke studie in 2013 bleek zelfs dat echt bont altijd een hogere impact heeft op het milieu dan namaakbont en ander niet-dierlijke textiel – in sommige gevallen maar liefst 10 keer hoger.

“[V]an alle onderzochte milieueffecten werd ondervonden dat het natuurlijk bont product een grotere impact heeft op het milieu dan het namaakbont alternatief.”

– CE Delft Report, 2013

We zijn liever naakt

Bekendheden, modellen, ontwerpers en een groeiende meerderheid van de Nederlandse bevolking hebben zich uitgesproken tegen de bontindustrie. Veel toonaangevende mensen hebben meegedaan aan de iconische anti-bont campagnes van PETA en onze internationale zusterorganisaties – waaronder P!nk, Eva Mendes, Natalie Imbruglia, Joanna Krupa en Simon Cowell – en 85 percent van de Nederlanders hebben aangegeven dat ze nooit echt bont zullen dragen.

Calvin Klein, Stella McCartney, Vivienne Westwood en Tommy Hilfiger behoren tot de vele ontwerpers die nooit bont zullen gebruiken in hun collecties, en de meerderheid van de retailers in winkelstraten zoals Topshop, AllSaints, ASOS, WE en Esprit zijn ook bontvrij.

Dankzij de brede bewustwording over hoe wreed de bonthandel is, is het dragen van bont nu aan een stigma verbonden. Het wordt alleen gekocht en gedragen door een kleine minderheid aan mensen die vasthouden aan een gruwelijk en ouderwets idee over glamour of wanhopig op zoek zijn naar aandacht – voor alle verkeerde redenen.

Wat u kunt doen

  • Spreek u uit! Als u echt bont te koop ziet, waar dan ook, spreek dan de winkelmanager aan en leg hem of haar uit hoe verontwaardigd u bent over het product.
  • Als u een bontdrager ziet wanneer u buitenshuis bent, probeer dan een beleefd gesprek aan te gaan en leg uit waarom er niets stijlvol is aan het dragen van de huid van een dood dier.
  • Onderteken onze online petitie en maak een bijdrage over aan PETA om ons te helpen voorgoed een einde te maken aan de bontindustrie.