De barbaarse bonthandel

Meer dan 85% van het bont dat vandaag de dag verkocht wordt, is afkomstig van pelsdierhouderijen waar nertsen, vossen en andere dieren hun hele leven lang opgesloten zitten voordat ze gedood worden voor hun huid. Leven onder deze omstandigheden – ver verwijderd van hun natuurlijke omgeving en zonder de mogelijkheid om te spelen, te jagen, te springen of te rennen – zorgt er vaak voor dat deze nieuwsgierige, intelligente wilde dieren gedurende hun korte levens tot krankzinnigheid worden gedreven. Vechten, zelfverminking en kannibalisme zijn de normale gang van zaken op bontfokkerijen.

Talloze onderzoeken naar bontfokkerijen in verschillende bontproducerende landen hebben wreedheid vastgelegd, waaronder dieren met oogontstekingen, zweren op hun voeten van de smerige draadgazen kooien, ontbrekende ledematen en etterende, onbehandelde open wonden (sommige zo diep dat hun hersenen zichtbaar zijn). Baby’s werden in dezelfde kooi gehouden als het wegrottende karkas van hun moeder en dieren vertoonden neurotisch gedrag door psychologisch leed.

Dieren op bontfokkerijen worden onder andere gedood door middel van vaginale of anale elektrocutie, vergassing en vergiftiging. Deze methoden zijn allemaal even afschuwelijk, pijnlijk en angstaanjagend voor de dieren.

In Nederland is in 2013 een verbod op de pelsdierhouderij aangenomen, dat in 2021 vervroegd van kracht ging vanwege het coronavirus. Maar het fokken van dieren voor bont vindt nog steeds plaats in Europa en de rest van de wereld en brengt dieren immens veel leed toe.

Het uitzetten van wildvallen en doodknuppelen

©Born Free USA

Ieder jaar doden pelsjagers met wildvallen wereldwijd miljoenen wasberen, coyotes, wolven, rode lynxen, opossums, beverratten, bevers, otters en andere pelsdieren voor de kledingindustrie.

Dieren die in het wild worden gevangen met een wildval kunnen soms dagenlang lijden door bloedverlies, shock, uitdroging, onderkoeling, koudvuur en verwondingen veroorzaakt door aanvallen van roofdieren. Gevangen moederdieren bijten soms hun eigen ledematen af in een wanhopige poging om terug te keren naar hun baby’s.

Pelsjagers kunnen gebruik maken van wildklemmen waarvan de stalen beugels dichtslaan om de poot van het dier en vaak tot op het bot door snijden, ‘Conibear’-vallen die hun nek verbrijzelen met 40 kilo druk per vierkante centimeter of in het water verborgen vallen waarin bevers, muskusratten en andere dieren negen afschuwelijke minuten of langer worstelen voordat ze verdrinken. Wildklemmen zijn zo inhumaan dat ze verboden zijn in de Europese Unie – maar dieren die gevangen zijn in deze venijnige werktuigen mogen in Nederland alsnog worden geïmporteerd en verkocht.

Er zijn beelden van pelsjagers die dieren doodslaan of doodtrappen – methoden die immens veel leed bij de dieren veroorzaken maar worden gebruikt omdat ze hun pels het minst beschadigen.

Tijdens de jaarlijkse Canadese zeehondenslachting schieten zeehondenjagers tienduizenden babyzadelrobben neer of slaan ze hen herhaaldelijk met knuppels met scherpe metalen haken aan de uiteindes zodat ze de zachte pels van de dieren kunnen verkopen.

“Ik vergeet nooit de verbijsterde blik op het gezicht van de gevangen wasbeer als hij met een stok op de kop wordt geslagen en door de laars van de jager onder water wordt gehouden. Het dier komt boven water om naar adem te snakken en met zijn kleine pootje het uiteinde van de stok vast te grijpen alsof hij om genade smeekt.”

– Will Travers van Born Free USA, na het zien van videobeelden uit de industrie

Wiens huid draag jij?

PETA/Manfred Karremann

Als je bont koopt, is er geen makkelijke manier om te weten te komen wiens huid je daadwerkelijk draagt.

In China, waar geen wettelijke straffen staan op het mishandelen van dieren op fokkerijen, vallen onder de slachtoffers van de bontindustrie ook honden en katten, van wie sommigen gestolen gezelschapsdieren kunnen zijn. Schokkende beelden van Chinese bontfokkerijen onthullen dat dieren die worden gebruikt voor bont op pijnlijke en angstaanjagende wijze worden gedood. Werknemers knuppelen wasbeerhonden neer, snijden de koppen van konijnen af en trekken de huid van levende dieren eraf terwijl ze nog bij bewustzijn zijn en kronkelen van de pijn.

Het opzettelijk gebruik van onjuiste etikettering en een gebrek aan verantwoording in de internationale toeleveringsketens leiden ertoe dat het vrijwel onmogelijk is om de oorsprong van een bontproduct te achterhalen – soms wordt echt bont zelfs gelabeld als namaakbont.

Milieuschade

Er is niets ‘natuurlijks’ aan het dragen van bont en in elk stadium van de productie schaadt het de aarde. Dode lichamen rotten normaal gesproken weg, dus gebruiken bontproducenten een cocktail van zware chemicaliën zoals formaldehyde en chroom om verrotting te voorkomen.

De Wereldbank heeft de bontindustrie zelfs gekenmerkt als een van de grootste industriële boosdoeners als het gaat om vervuiling door giftige metalen. De gevaarlijke stoffen die gebruikt worden om bont te behandelen, kunnen verwoestende schade aan watervoorraden veroorzaken en ze vormen voor werknemers in bontverwerkende bedrijven ook ernstige gezondheidsrisico’s, variërend van huidkwalen tot kanker.

Net als alle andere varianten van de vee-industrie proberen bontfokkerijen zo veel mogelijk winst te maken van de dieren die ze gebruiken en bekommeren ze zich nauwelijks om hun welzijn of de impact op het milieu. Nertsenfokkerijen produceren bijvoorbeeld tonnen aan fosforhoudende uitwerpselen die in nabijgelegen beken en rivieren kunnen stromen en genereren een schadelijke uitstoot van stikstofoxide en ammoniak.

Uit een onafhankelijke studie uit 2013 bleek zelfs dat echt bont altijd een hogere impact heeft op het milieu dan namaakbont en andere niet-dierlijke materialen – in sommige gevallen maar liefst 10 keer hoger.

“De milieu-impact voor bontproducten ligt ten minste een factor 3 hoger vergeleken met de meest ongunstige nepbontvariant. Voor een aantal milieueffecten is de impact meer dan een factor 10 groter.”

Natural Mink Fur and Faux Fur Products, an Environmental Comparison, CE Delft, 2013

We zijn liever naakt

©Ray Depatti

Een groeiende meerderheid van de Nederlandse bevolking spreekt zich uit tegen de bontindustrie, en 85% van de Nederlanders heeft zelfs aangegeven nooit echt bont te zullen dragen. Ook hebben toonaangevende modellen en bekendheden meegedaan aan de spraakmakende anti-bont campagnes van PETA en onze internationale zusterorganisaties – waaronder P!nk, Eva Mendes, Natalie Imbruglia, Penélope Cruz, Simon Cowell, Loiza Lamers en Benjamin Melzer.

Vele ontwerpers zoals Calvin Klein, Stella McCartney, Vivienne Westwood en Tommy Hilfiger hebben toegezegd nooit bont te zullen gebruiken in hun collecties, en de meerderheid van de retailers in winkelstraten, zoals Topshop, AllSaints, ASOS, WE en Esprit, zijn ook bontvrij.

Dankzij de brede bewustwording over hoe wreed de bonthandel is, is er nu een stigma verbonden aan het dragen van bont. Het wordt alleen gekocht en gedragen door een kleine minderheid mensen die vasthouden aan een gruwelijk en ouderwets idee over glamour of wanhopig op zoek zijn naar aandacht – om de verkeerde redenen.


Wat je kunt doen

· Spreek je uit! Als je echt bont te koop ziet, waar dan ook, spreek dan de winkelmanager aan en leg hem of haar uit hoe verontwaardigd je bent over het artikel.

· Als je een bontdrager ziet wanneer je buitenshuis bent, probeer dan een beleefd gesprek aan te gaan en leg uit waarom er niets stijlvols is aan het dragen van de huid van een dood dier. · Bezoek ons actiecentrum om petities te ondertekenen en maak een bijdrage over aan PETA om ons te helpen voorgoed een einde te maken aan de bontindustrie.